Vandaag wandelen wij samen langs de waterkant bij Nijmegen.
Een heel mooi, vredig pad loopt tussen de wilde paarden door.
Prachtig om nu alles in het echt te kunnen aanschouwen, waarvan hij mij eerder foto’s heeft gestuurd.
Zelfs de B&B boot, die wij tegenkomen een stuk verderop, vlakbij de brug.
Boten, vooral binnenvaartschepen, spreken mij altijd aan. Jarenlang heb ik op een, van binnen verbouwd, varend binnenschip gewoond.
De buitenkant was geheel authentiek.
Op vakantie, in die tijd, betekende met het hele huis op stap. Aanleggen waar een mooi plekje was.
Heerlijk van vrijheid genieten.
Wij drinken koffie op een gezellig terras met overheerlijke appeltaart erbij.
Compleet met slagroom mmm.
Wij maken foto’s van elkaar, terwijl wij aan het knusse tafeltje zitten.
Wij lijken verliefd.
Bediening is er niet.
Iedereen staat eerst in de rij om te bestellen.
Het mag de pret niet drukken.
Hij en ik zitten erbij alsof wij allang een relatie hebben.
Duizend berichtjes zijn eraan vooraf gegaan.
Heel veel misverstaan, over en weer.
Een verschillende taal, maakt nou eenmaal een warrig verhaal.
Hier zitten wij dan, van de aantrekkingskracht in de ban.
Wij praten over van alles en nog wat, terwijl ik heel veel stellen zie, die elkaar niets (meer) te zeggen hebben, althans zo lijkt de buitenkant te vertellen.
Ze praten nauwelijks met elkaar.
Ik zou een boek kunnen schrijven over hoe en wat mijn gedachten mij erover vertellen, maar weten doe ik het in zijn geheel natuurlijk niet. Het zou op fantasie en insinuatie berusten.
Hij vraagt mij ‘wat wil je eigenlijk?’
Enigszins verbaasd, kijk ik hem aan.
‘Wat ik wil?’
Hoe bedoel je?
Nu?
Er komen nieuwe mensen naar buiten met een dienblad vol lekkers.
Ik zie een groot glas Wiener Melange; koffie met een glaasje likeur; poffertjes en zo’n enorme club sandwich.
Uhh nou…
In dit leven zegt hij.
Die vraag heb ik niet zien aankomen.
Er stoppen twee ruiters met prachtige paarden.
Een van de twee, een zwarte, die iets weg lijkt te hebben van het paard van m’n dochter.
Gelijk zie ik er een beeld bij van haar.
Zij heeft haar leven op de rit zoals men dat noemt.
Een goede baan, een auto van de zaak, een eigen huis en ze is verliefd.
Hij is groot en sterk met mooi glanzend zwart haar. Elke dag zijn ze samen en ze straalt eigenlijk altijd.
Ik zie haar heel vaak IN het moment zijn.
Zo zit ik hier nu ook.
Helemaal IN het moment, samen met een aanwezige, leuke, aardige, lieve man.
Als ik een antwoord moet geven op de vraag, zeg ik DIT.
Heerlijk genietend, in een zen sfeer en helemaal niet willen nadenken aan verder.
Van moment naar moment, al wandelend langs het kabbelende water.
Ik zie bootjes varen, mensen die bij een strand zwemmen, stelletjes knus zonnend, verderop een vrouw die ‘de of haar’ man insmeert met een cremetje.
Ik kom nogmaals niet verder dan het antwoord ‘DIT’.
Enig ander woord lijkt niets toe te voegen.
NU wil ik niks wéten.
Nu is het goed.
Gisteren ben ik vergeten.
Deze sfeer is zoet.
Op dit moment wil ik niet meer daten.
Die ander heb ik niet ontmoet.
En dat voelt goed.
Ik kijk van onder mijn zonnehoed
In zijn mooie ogen.
En ik voel me meegezogen.
Ineens zegt hij, lieve spruit,
Doe je bloesje hier even uit,
Dan draag ik je naar het water.
Onze blote lichamen heel pril;
In het water grijpt hij per abuis naar mijn …
En zo zwemmen wij ineens samen in plaats van wandelend langs de waterkant.
NU is het leven mooi.
Soms ervaar ik het even als een zooi.
Maar altijd
nodigt het mij uit,
tot welke keuze ik besluit.